C37

Technologie voor AI die samenwerkt en verantwoording aflegt.

C37 is de technologie achter de toepassingen van Aigent37. Ze is geïnspireerd op stigmergie, het principe waarmee mieren zonder leider samenwerken. Veel AI-agents bouwen samen kennis op, zonder centrale regisseur. Mensen houden de regie.

§ 1 · Theorie

Intelligentie die ontstaat, niet wordt opgelegd

In 1959 beschreef de Franse bioloog Pierre-Paul Grassé hoe termieten hun nest bouwen. Ze hebben geen bouwtekening en geen opzichter. Elke termiet reageert op wat een andere termiet in de omgeving heeft achtergelaten. Het werk zelf stuurt het volgende werk. Grassé noemde dat stigmergie, naar het Griekse stigma (teken) en ergon (werk).1

Mieren doen hetzelfde als ze voedsel zoeken, zoals in figuur 1. Geen enkele mier kent de route. Toch vindt de kolonie die samen. Het gedrag van het geheel is slimmer dan dat van elke mier afzonderlijk. Onderzoekers noemen dat zwermintelligentie, en het is een serieus vakgebied in de informatica.2

C37 vertaalt dat idee naar AI. Veel gespecialiseerde agents bouwen samen kennis op, zonder dat één onderdeel bepaalt wat de rest moet doen.

§ 2 · Architectuur

Waarom geen centrale regisseur

De meeste systemen met meerdere AI-agents werken met één regisseur. Die verdeelt het werk, geeft berichten door en voegt de uitkomsten samen. Dat is overzichtelijk, maar die regisseur is ook het knelpunt: hij moet alles weten, alles doorgeven en mag nooit uitvallen.

In een gedeelde omgeving werkt elk onderdeel met wat er al ligt. Er is geen spil waar alles om draait. Valt een onderdeel weg, dan gaat de rest door.

Links acht onderdelen die allemaal via één centrale regisseur lopen; rechts acht onderdelen die elk alleen met een gedeelde omgeving werken. Centrale regisseur Gedeelde omgeving gedeelde omgeving
Alles loopt via één punt.Regisseur weg: alle 8 staan stil.
Elk onderdeel werkt met de omgeving.Eén weg: 7 van de 8 werken door.
Fig. 2 — Twee manieren om acht onderdelen te laten samenwerken. Links loopt alles via één regisseur. Rechts werkt elk onderdeel met een gedeelde omgeving en hoeven de onderdelen niet op elkaar te wachten.

§ 3 · Kansrekening

Waarom meer stemmen beter weten, mits ze verschillen

In 1785 bewees de markies de Condorcet een stelling die nog steeds de basis is voor het combineren van oordelen. Stel dat elke beoordelaar vaker gelijk heeft dan ongelijk, en dat ze hun fouten onafhankelijk van elkaar maken. Dan heeft de meerderheid vaker gelijk dan elke beoordelaar afzonderlijk. Hoe groter de groep, hoe sterker dat effect.3

Kans dat de meerderheid gelijk heeft, tegen het aantal onafhankelijke beoordelaars. Bij 37 beoordelaars die elk 60% goed zitten: 89,2%; bij 70%: 99,5%. 50%60%70%80%90%100%15913172125293337aantal onafhankelijke beoordelaars 99,5%89,2%
Toon de getallen als tabel
beoordelaarselk 70% goedelk 60% goed
170,0%60,0%
378,4%64,8%
583,7%68,3%
990,1%73,3%
1595,0%78,7%
2197,4%82,6%
2998,8%86,4%
3799,5%89,2%
Fig. 3 — De kans dat de meerderheid gelijk heeft, uitgerekend met de stelling van Condorcet. Eén beoordelaar die 60% goed zit, wordt met 37 van zulke beoordelaars een meerderheid die bijna 9 op de 10 keer goed zit (89%). Beweeg over de grafiek voor de waarden.

Het addertje zit in het woord onafhankelijk. Vijf kopieën van hetzelfde model maken dezelfde fout vijf keer. Dan helpt de meerderheid niet. Verschil tussen de beoordelaars is dus geen luxe, het is een voorwaarde.4 Daarom combineert C37 verschillende modellen en agents in één beslisproces, en laat het zien hoe zeker een uitkomst is.

§ 4 · Eigenschappen

Wat dat oplevert

§ 5 · Getaltheorie

Waarom 37

De naam is geen toeval. 37 is een getal met opvallend veel structuur. Het is ondeelbaar, het legt zich neer als een volmaakte vorm en het duikt op in de kansrekening en in een van de beroemdste bewijzen uit de wiskunde.

Eén kern, met ringen eromheen

37 punten: als zeshoek één kern met ringen van 6, 12 en 18; als ster een zeshoek van 19 met zes punten van 3.

1 + 6 + 12 + 18 = 37

37 is een gecentreerd zeshoeksgetal. Leg 37 punten neer en ze vormen een volmaakte zeshoek met één punt in het midden, omringd door ringen van 6, 12 en 18.

Het is ook een stergetal. Dezelfde 37 punten vormen een zespuntige ster: een zeshoek van 19 met op elke zijde een punt van 3.

Fig. 4 — Dezelfde 37 punten als zeshoek en als ster. De zeshoek van 19 in het midden blijft staan; de buitenste ring (blauw) vormt de punten van de ster.

Een priemgetal met een spiegelbeeld

37 is priem: alleen deelbaar door 1 en door zichzelf. Het is het 12e priemgetal. Draai de cijfers om en je krijgt 73. Dat is ook priem, en het is het 21e. 12 en 21 zijn elkaars spiegelbeeld, net als 37 en 73. Wiskundigen noemen zo'n getal een emirp: prime achterstevoren.

De eerste 21 priemgetallen, van 2 tot en met 73, in drie rijen van zeven. 37 is het twaalfde, 73 het eenentwintigste. 21e32e53e74e115e136e177e198e239e2910e3111e3712e4113e4314e4715e5316e5917e6118e6719e7120e7321e
Fig. 5 — De eerste 21 priemgetallen, van 2 tot en met 73. Ze passen precies in een rooster van 3 bij 7. 37 staat op plek 12, zijn spiegelbeeld 73 sluit het rooster af op plek 21.

Patronen die zich herhalen

Drie gelijke cijfers

De reden: 111 = 3 × 37. Daarom is 1/37 ook 0,027 027 027… met een herhaling van precies drie cijfers.

Draai de cijfers rond

148 is 4 keer 37. Schuif het eerste cijfer naar achteren: 481 is 13 keer 37, en 814 is 22 keer 37. 1484 × 3748113 × 3781422 × 37

Neem een veelvoud van 37 met drie cijfers. Zet het eerste cijfer achteraan. Het resultaat is weer een veelvoud van 37. Dat werkt voor elk van de 25.

De eigen cijfers

37 × (3 + 7) = 3³ + 7³

Vermenigvuldig 37 met de som van zijn cijfers en je krijgt 370. Dat is precies de som van de derde machten van diezelfde cijfers: 27 + 343.

Waar Kummer vastliep

Rond 1850 bewees Ernst Kummer de laatste stelling van Fermat voor een grote groep priemgetallen, de reguliere. 37 is het kleinste priemgetal waarvoor zijn bewijs niet werkt: het eerste irreguliere priemgetal.5 Het volledige bewijs kwam pas in 1994, van Andrew Wiles.6

De 37%-regel: beslissen met een vaste regel

Stel dat je de beste uit een reeks kandidaten wilt kiezen. Je ziet ze één voor één en moet direct beslissen: ja of nee, zonder terug te kunnen. De kansrekening heeft hier een exact antwoord. Bekijk eerst ongeveer 37% zonder te kiezen. Neem daarna de eerste die beter is dan alles wat je tot dan toe zag.7 Die 37% is 1/e, en de kans dat je zo de allerbeste kiest is ook ongeveer 1/e. Geen strategie doet het beter.8

Kans om uit 100 kandidaten de allerbeste te kiezen, tegen het aantal dat je eerst alleen bekijkt. De piek ligt bij 37: 37,1%. 0%10%20%30%40%020376080100aantal kandidaten dat je eerst alleen bekijkt (van 100) 37 bekijken, dan kiezen → 37,1%
Toon de getallen als tabel
eerst bekijken (van 100)kans op de allerbeste
01,0%
1023,5%
2032,6%
3036,5%
3537,1%
3637,1%
3737,1%
3837,1%
4037,0%
5034,9%
6030,9%
8018,0%
991,0%
Fig. 6 — De kans om uit 100 kandidaten de allerbeste te kiezen, afhankelijk van hoeveel je er eerst alleen bekijkt. De top ligt precies bij 37. Beweeg over de grafiek voor de waarden.

Dat is een mooi voorbeeld van waar C37 over gaat: beslissen onder onzekerheid met een regel die je kunt uitleggen, en die bij dezelfde invoer dezelfde keuze maakt.

37 is het getal van georganiseerde complexiteit: priem, patroonrijk en geometrisch sterk. Eén kern met ringen eromheen.

Wat we wel en niet vertellen

Op de kern van C37 is octrooi aangevraagd bij Octrooicentrum Nederland. Zo'n aanvraag wordt pas ongeveer achttien maanden na indiening openbaar. Tot die tijd beschrijven we hier wát C37 doet en op welke wetenschap het voortbouwt, niet hoe het werkt.

Toepassingen

Publicatiecheck en Tegenlezer en de andere apps op aigent37.com.

Bronnen

  1. Grassé, P.-P. (1959). La reconstruction du nid et les coordinations interindividuelles chez Bellicositermes natalensis et Cubitermes sp. Insectes Sociaux, 6, 41–80.
  2. Bonabeau, E., Dorigo, M. & Theraulaz, G. (1999). Swarm Intelligence: From Natural to Artificial Systems. Oxford University Press.
  3. Condorcet, marquis de (1785). Essai sur l'application de l'analyse à la probabilité des décisions rendues à la pluralité des voix. Parijs: Imprimerie royale.
  4. Surowiecki, J. (2004). The Wisdom of Crowds. New York: Doubleday.
  5. Kummer, E. E. (1850). Allgemeiner Beweis des Fermat'schen Satzes, dass die Gleichung xλ + yλ = zλ durch ganze Zahlen unlösbar ist, für alle diejenigen Potenz-Exponenten λ, welche ungerade Primzahlen sind und in den Zählern der ersten ½(λ−3) Bernoulli'schen Zahlen als Factoren nicht vorkommen. Journal für die reine und angewandte Mathematik, 40, 130–138.
  6. Wiles, A. (1995). Modular elliptic curves and Fermat's Last Theorem. Annals of Mathematics, 141(3), 443–551.
  7. Lindley, D. V. (1961). Dynamic programming and decision theory. Applied Statistics, 10(1), 39–51.
  8. Ferguson, T. S. (1989). Who solved the secretary problem? Statistical Science, 4(3), 282–296.

Alle getallen en figuren op deze pagina zijn uitgerekend, niet getekend.

Octrooi aangevraagd bij Octrooicentrum Nederland.
Contact: mvg@atthis.ai